Wat is er aan de hand?
De laatste jaren dalen de taalprestaties van Nederlandse leerlingen. Dit is een zorgelijke ontwikkeling, want een goede taalbeheersing is namelijk belangrijk voor je verdere kansen in het leven. Taalbeheersing, in de breedste zin van het woord, gaat over het vermogen om te luisteren, spreken, lezen en schrijven op een coherente en begrijpelijke manier. De mate van taalbeheersing is niet alleen bepalend voor het niveau waarop je naar school kunt of kunt werken, het is ook belangrijk voor de dagelijkse communicatie.
Niet alle kinderen worden even hard getroffen door deze daling. Het treft vooral kinderen met een lagere Gaat over iemands thuissituatie en het milieu waar iemand uitkomt. Uit iemands sociale achtergrond komt het type sociaal kapitaal voort dat ze bezitten. Movisie (z.d.) en kinderen uit taalarme omgevingen. Zo worden bestaande verschillen uitvergroot: kinderen die al 1-0 achterstaan op het moment dat ze op school beginnen, verliezen de wedstrijd uiteindelijk met 3-0. Daarom is taalbeheersing een belangrijk onderwerp om aan te kaarten als je het over kansengelijkheid hebt. Nu vergroot Vindt plaats als verschillen in taalbeheersing en prestaties op het gebied van taal zich structureel aftekenen langs de lijn van sociaaleconomische status of sociale, culturele en etnische achtergrond. Taalongelijkheid vertaalt zich, vanwege het belang van taalbeheersing, vaak in kansenongelijkheid. (Agirdag, 2020) namelijk, helaas, de kansenongelijkheid.
Dit thema richt zich daarom op hoe verschillende soorten taal, in de breedste zin van het woord, een rol spelen in het onderwijs en hoe je er als schoolleider voor kunt zorgen dat taal wordt ingezet als middel om kansen gelijker te maken. Eerst wordt er ingegaan op de feiten en cijfers. Daarna geven we antwoord op een aantal belangrijke vragen zoals: hoe kan je taal inzetten als middel om kansen gelijker te maken? Hoe geef je lees- en schrijfonderwijs effectief vorm? Wel rol zou meertaligheid moeten hebben op school? En hoe kan je voorkomen dat de taal die gesproken wordt op school, alleen maar in het voordeel van een selecte groep leerlingen werkt?
In dit hoofdstuk worden twee verschillende onderwerpen aangesneden. Als eerste zullen we het hebben over verschillende taalcodes, zoals het verschil tussen de taal die thuis of op straat gesproken wordt en de schooltaal. We gaan in op het feit dat sommige leerlingen van huis uit al meer in aanraking komen met schooltaal, waardoor ze een voorsprong hebben op leerlingen die dit niet van huis uit meekrijgen. Ten tweede hebben we het over het ruimte geven aan de verschillende thuistalen van de leerlingen op school en hoe het waarderen, respecteren en functioneel gebruiken van de thuistalen van leerlingen hen kan helpen in hun taalontwikkeling.
Feiten en cijfers
Afnemende taalvaardigheid is een probleem in Nederland. In 2019 verliet maar liefst 20% van de Nederlandse kinderen het basisonderwijs met een taalachterstand van twee jaar op hun leeftijdgenoten. In hetzelfde jaar kwalificeerde 17% van de vijftienjarigen zich als laaggeletterd en daarmee niet in staat om cruciale basisinformatie te kunnen begrijpen en verwerken (Vink, 2019). Internationale PISA-cijfers bevestigen dit beeld: de leesprestaties van Nederlandse leerlingen dalen ten opzichte van voorgaande jaren en ten opzichte van jongeren uit andere landen (OECD, 2019).
Een groot deel van de leerlingen die achterlopen met taal haalt deze achterstand nooit meer in, doordat er binnen het reguliere onderwijs weinig ruimte is om deze achterstanden weg te werken (Vink, 2019). Taalachterstanden vertalen zich gemakkelijk in onderwijsachterstanden - mede omdat het gehele Nederlandse onderwijs erg (Nederlands)talig is (PO-Raad, 2020).
Taalverwerving en taalontwikkeling zijn direct verbonden aan de kansen die kinderen krijgen in hun schoolloopbaan en verdere leven (Stichting lezen & schrijven, 2020). Taalachterstanden, of grote verschillen in de taalbeheersing van kinderen, worden door zowel wetenschappers als onderwijsprofessionals gezien als een belangrijke oorzaak voor kansenongelijkheid in het onderwijs. Laaggeletterd zijn, of simpelweg veel moeite hebben met het begrijpen van alledaagse taal is problematisch. Het betekent geen CV kunnen opstellen, geen brieven van de overheid kunnen lezen en niet kunnen begrijpen wat er in de krant staat. Onze samenleving wordt alleen maar ingewikkelder en (geschreven) taal is een belangrijk middel om je er doorheen te kunnen navigeren. Kun je dit niet? Dan heb je een grotere kans om in de criminaliteit of armoede te belanden (Nieuwsuur, 2019). Juist omdat taal zo nauw verbonden is aan kansen, staat taal al jarenlang centraal in het bestrijden van onderwijsachterstanden. Met andere woorden: dat taalontwikkeling belangrijk is, is hoogstwaarschijnlijk geen nieuws voor onderwijskrachten.
Niet ieder kind heeft last van de afnemende taalvaardigheid; sommige groepen kinderen worden harder getroffen dan anderen. Uit PISA onderzoek blijkt dat de leesvaardigheid van kinderen met ouders met een lage sociaaleconomische status het hardst daalde: het verschil in leesscore tussen kinderen met praktisch- en theoretisch opgeleide ouders nam met 33 procentpunten toe in de periode van 2003 tot 2018 (Onderwijs in cijfers, 2019).
Wetenschappers zien een sterk verband tussen de taalbeheersing van de ouders en het opleidingsniveau van de ouders: hoe hoger het opleidingsniveau is, des te lager de kans dat iemand laaggeletterd is in de Nederlandse taal (Agirdag, 2020). Helaas slagen sommige ouders er om verschillende redenen, niet in om de geletterdheid van hun kinderen te vergroten. Het gebrek aan kwaliteitsvolle taalstimulering vanuit huis kan leiden tot een Nederlandse taalachterstand, zeker als hier in het onderwijs geen extra aandacht of tijd voor is (Stichting Lezen, 2017). Daarnaast zijn andere vakken zoals rekenen of wiskunde, die op het eerste gezicht niet direct met taal te maken hebben, óók heel talig geworden (Vissers, 2017). De problemen in het kort: het taalniveau van Nederlandse leerlingen gaat achteruit, sommige groepen kinderen worden harder getroffen door de achteruitgang in taalbeheersing dan andere groepen en taalachterstanden kunnen alle schoolprestaties beïnvloeden.
- Nederlandse leerlingen hebben een leesprobleem. Op zoek naar beter taal onderwijs - Anja Vink, Vrij Nederland (artikel)
- Factsheet laaggeletterdheid in Nederland - Stichtingen Lezen & Schrijven (factsheet)
- Hoe zit dat nu, met die teruglopende leesvaardigheid? - Van 12 tot 18 - artikel waarin de PISA resultaten in een bredere context geplaatst worden (artikel)